1 Autoregiment, 4 Autobataljons, 1 Depot, 6 compagnieen aan-en afvoertroepen en een herstellingsplaats


Het Korps Motordienst was nauw betrokken bij de overgang van paardentractie naar autotractie die in 1914 begon en in 1940 nog geenszins was voltooid. De ontwikkelingen van de mechanisatie had een grote aantrekkingskracht op defensie en werd tot mei 1940 gebruikt in de logistiek.


Het rode wiel met de zes spaken was het kraagembleem voor manschappen en onderofficieren. Het viel zodanig op dat elke geoefend militair wist dat hij met iemand met een militair rijbewijs te maken had.

Logistiek


Naast strategie en taktiek speelt logistiek bij oorlogvoering een belangrijke rol. De KMD-ers hadden een belangrijke ondersteunende functie in de logistiek, zij was onderdeel van de verzorging van de Koninklijke Landmacht 1939/1940. Van de ongeveer 280.000 militairen (1939/1940) was een deel daadwerkelijk betrokken bij de gevechtshandelingen, de rest moest er voor zorgen dat deze militairen voldoende spullen hadden om te kunnen vechten.

Om een dusdanig groot leger draaiende te houden was een indrukwekkende logistiek noodzakelijk met militaire kernwoorden als verplaatsingen, vervoer en verkeer. Die kernwoorden passen prima bij het Korps Motordienst.

Militaire motorvoertuigen


In mei 1940 waren de luchtdoelartillerie, Zoeklicht Afdelingen, het Korps Rijdende Artillerie, de Artillerie Regimenten 9-15, het Eskadron Pantserwagens en het Regiment Huzaren Motorrijders geheel gemotoriseerd. Bij de overige eenheden was vaak een deel gemotoriseerd; bijvoorbeeld bij de bataljonstaf van een infanterie-regiment moesten acht vrachtwagens ingedeeld zijn en zeven paard en wagens.

In 1940 waren de volgende aantallen - grotendeels gevorderde – militaire motorvoertuigen in gebruikt:
- 12.000 vrachtauto's
- 1.600 personenauto's
- 9.000 motorrijwielen
- 1.200 trado's
------------
23.800 motorvoertuigen

Organisatie 1939/1940


Bij de algemene mobilistatie werd het personeel van het KMD verplaatst naar de Autobataljons, aan- en afvoer troepen (C.A.A.T.), bij de treinen van de troepen, Etappe Autocompagnie, Motordienst Etappe- en Verkeersdienst, de Rijdende Artillerie en een klein deel bleef in het depot om de opleidingen voor de chauffeurs, monteurs en kaderleden te verzorgen.

Enigszins verwarrend kan zijn dat het Autoregiment bestond uit het 5e en 6e Autobataljon terwijl de eerste vier Autobataljons niet in een Regimentverband stonden maar afzondelijke eenheden waren. Deze vier Autobataljons waren gekoppeld aan de gelijknummerige Legerkorpsen, zie hieronder.

Ie tot Ve Autobataljon:


- sectie (1 personenauto en 22 vrachtwagens)
- korpstrein (2 keukenauto's, 1 proviandauto, 1 goederenauto, 5 tankauto's, 5 herstellingsauto's, 1 smeermiddelenauto, 1 takelauto en een autobus)
- autocompagnie (5 sectiën en een korpstrein)
- autobataljon (4 compagniën, herstellingsploeg en staf; ca. 1200 man en 600 voertuigen)

VIe Autobataljon (ziekenvervoer):


- autocompagnie (4 sectiën en een korpstrein)
- sectie (1 personenauto en 16 ambulances en 2 autobussen)


Eenheid

Locatie 1939/ Locatie mei 1940

Commandant




I-Auto-Bat., Cdt: res.maj. H. de Jong

1.-I-Auto-Bat.

Wassenaar/ Hillegom

res. kapt. C.J.L. Sterkenburg

2.-I-Auto-Bat.

Delft

res. kapt. K. Inhusen

3.-I-Auto-Bat.

Alphen ad Rijn

res. kapt. L. Ahn

4.-I-Auto-Bat.

Leidschendam

res. kapt. H.J. Otto

II-Auto-Bat., Cdt: res.maj. C. Polis

1.-II-Auto-Bat.

II LK, Doorn

res. kapt. C.M. Janssen

2.-II-Auto-Bat.

II LK

res. kapt. M.L. van Nispen

3.-II-Auto-Bat.

II LK

res. kapt. J.J. de Vos

4.-II-Auto-Bat.

II LK

res. kapt. C.L. van Someren

III-Auto-Bat., Cdt: res.maj. A.J.J.M. van de Corput

1.-III-Auto-Bat.

III LK, Den Bosch&Vught

res. 1e lt. W.B. van Doorninck

2.-III-Auto-Bat.

III LK, Den Bosch&Vught

res. kapt. J van der Roest

3.-III-Auto-Bat.

III LK, Den Bosch&Vught

res. kapt. J.F.J. Gemke

4.-III-Auto-Bat.

III LK, Den Bosch&Vught

res. kapt. jhr. W.J.J. von Muralt

IV-Auto-Bat., Cdt: res.lt.kol. A.T. Dufour

1.-IV-Auto-Bat.

IV LK, Gooi

res. 1e lt. J. Pouwer

2.-IV-Auto-Bat.

IV LK, Gooi

res. kapt. J.W. Lahnemann

3.-IV-Auto-Bat.

IV LK, Gooi

res. kapt. P.J. Drilsma

4.-IV-Auto-Bat.

IV LK, Gooi

res. 1e lt. J. Moderaar

Autoregiment, Cdt, res.luit.kol.H.J.van Limbeek / 1940: maj. F.E. De Nijs Bik

Staf-Auto-Reg.

Amsterdam


V-Auto-Bat., Cdt: res.maj. N.Feenstra

St.-V-Auto.Bat.

Sassenheim

res. 1e lt. J.H. Stokmans

1.-V-Auto.Bat.

Sassenheim

res. kapt. J.C.H. Gluijsteen

2.-V-Auto.Bat.

Sassenheim

res. kapt. Ir. F.A. Klein

3.-V-Auto.Bat.

Lisse/ Brig. A B, Echteld

res. kapt. J.J. Hofman

4.-V-Auto.Bat.

Lisse/ Noord-Brabant

res. kapt. A.C.A. Vorselaars

VI-Auto-Bat., Cdt: res.maj. M. Spetter

St.- VI-Auto-Bat

Amsterdam / Zeist

res. 1e lt. J. Stork

1.- VI-Auto-Bat.

Amsterdam / Zeist

res. kapt. W.J. Kamphuis

2.- VI-Auto-Bat.

Amsterdam / Zeist

res. kapt. mr. E.L.M.J. Vogels

3.- VI-Auto-Bat.

Amsterdam / Zeist

res. kapt. G.de Kruijf

4.- VI-Auto-Bat.

Amsterdam / Zeist

res. kapt. Ir. K.A.M. Stoffels

Sectie paardenvervoer

Amsterdam/ C.V. Zeist

res.lt. mr.J.L.A. Stolk

Herstellingsplaats

Utrecht

res.kapt. C. Penning




Aan- en AfvoerTroepen (C.A.A.T.), Cdt,

1.-C.A.A.T.

res. kapt. A.J. Kalff

2.-C.A.A.T.

res. kapt. H. Ketelaar

3.-C.A.A.T.

res. kapt. mr. J.LV. van den Berg

4.-C.A.A.T.

.....

res. kapt. W.H.J. Burgers

5.-C.A.A.T.

.....

res. 1e lt. L. Lieuwes




Depot Motordienst, Cdt, luit. kol. H. Polis




Etappe Autocompagnie (DEV), Cdt, kapt. L.H.P. Hockers




Eenheid

Locatie 1939/ Locatie mei 1940

Commandant



Bewapening


Het persoonlijk wapen van de chauffeur was doorgaans de revoler M93 dan wel het pistool M25. De motorrijder droeg eveneens een handwapen.

Geschiedenis


Met de komst van automobielen en motoren in de samenleving, gaf het Ministerie van Oorlog in juni 1911 opdracht tot oprichting van een "Commissie Autotractie"; de opdracht luidde is het wenselijk om permanent afstand te doen van paardentractie en over te gaan op gemotoriseerde rijtuigen. Hoewel de conclusie in 1914 luidde dat Nederland niet kon achterblijven, was in 1940 paardentractie eerder regel dan uitzondering. In het begin van de mobilisatie 1914 van de eerste wereldoorlog startte men in ieder geval met het samenstellen van automobiel-eenheden. De auto's, vrachtwagen en motoren bij het bataljon speelden een bescheien rol bij de bevoorrading, niet zozeer bij het vervoer van troepen of artillerie, noch bij de gevechten.

1914


Het z.g. Etappen verplegingsautobataljon (E.V.A. Bataljon) stond onder bevel van de Etappeninspecteur (E.I.), die op zijn beurt onder de Commandant Veldleger (C.V.) was geplaatst. Het E.V.A. Bataljon had vier compagnieën in Noord Brabant en een compagnie te Rotterdam van waaruit de bevoorrading van de troepen, die voornamelijk in Noord Brabant lagen, werd geregeld. De chaffeurs waren vrijwilligers die per dag 3 gulden ontvingen voor hun diensten; zij werden dan ook de "3-gulden-chauffeurs" genoemd. Het waren burgerchauffeurs die wat konden bijverdienen.

1915


Al snel ontstond de wens om eigen militaire chauffeurs op te leiden en zo werd de "Depotafdeling van de Autotreindienst" op 12 juli 1915 opgericht, het begin van de Motordienst en aan- en afvoertroepen. Vervolgens kocht defensie motormaterieel aan, deels in het eveneens neutrale Zwitserland, deels bij het bedrijf Spijker te Amsterdam. Later volgden de merken Presto, Packard en GMC.

Schoolcompagnie


Na de 1e wereldoorlog ging de depotafdeling op 21 augustus 1921 verder als "Schoolcompagnie van de Motordienst". In de periode daarop volgend werd er nauwelijk nieuw motormaterieel aangeschaft, bij de genie werden 16 Berliet vrachtwagens aangeschaft die werden omgebouwd als zoeklichtwagens. In 1928 startte het regiment motorartillerie met proefnemingen voor een krachtige artillerietrekker die uiteindelijk resulteerde in de ontwikkeling van de TRADO.

Ripperdakazerne


In september 1922 verhuisde de Schoolcompagnie van Delft naar de Ripperdakazerne in Haarlem. Begin januari 1926 vertrok een detachement van de Schoolcompagnie van Haarlem naar Nijmegen om behulpzaam te zijn bij de bestrijding van de gevolgen van een overstroming van de Waal. Op 5 juli 1933 was majoor A.M.M. Van Loon commandant van de Schoolcompagnie geworden.

1936


Op 1 januari 1936 ging de Schoolcompagnie over in het Korps Motordienst (KMD) met een staf en twee compagnieën te Haarlem, een compagnie te Apeldoorn en een te Den Bosch. Het KMD verzorgde de opleiding van de chauffeurs en motorrijders en beheerde het voertuigenpark voor de Landmacht met uitzondering van de genie en de luchtvaartafdeling.

1939/1940


Na de algehele mobilisatie van 28 augustus 1939 hield de vredesorganisatie op te bestaan, de compagniën inclusief het personeel werden uit het korps overgebracht naar het depot. De vredesorganisatie van het Korps Motordienst ging dus 1 op 1 over en daarmee hield het korps defacto op te bestaan. Men sprak dus daarna niet meer van 1e cie.-KMD maar van 1e cie.-D.M.d., waarbij D.M.d. stond voor Depot Motordienst. In 1939/1940 werd de term Korps Motordienst nog wel gebruikt, vaak ook de term Motordienst.

De opgeroepen dienstplichtigen werd verdeel over het nieuw opgerichtte Autoregiment, de Autobataljons en de CAAT's (zie overzichten hierboven). Volgens de mobilisatie instructies moesten de commandanten er naar streven in de avond van de 2e mobilisatie dag (30 september 1939) gereed te zijn.

Vordering-terreinen


Het grootste gedeelte van het motordienst personeel kwam niet rechtstreeks bij het onderdeel onder de wapenen, zij kwamen op een of ander vordering-terrein op, er waren geen appel-lijsten. De administrateurs konden dus niet vooruit werken, zodat later overstelpende administratieve werkzaamheden moesten worden verricht.

De DEV had de verdeling van het motormaterieel voorbereid, maar er geen rekening mee gehouden dat elk voertuig ook een chauffeur / berijder nodig had. Dat moest op de vordering-terreinen worden geregeld. het gevolg was dat niet alle voertuigen met chauffeurs bemand konden worden, dit vergde een enorm improvisatievermogen.

Vanaf de vordering-terreinen werden de auto's naar de diverse onderdelen gestuurd. Het gros van het motordienst-personeel kwam in de middag of in de nacht, van de 1e op de 2e mobilisatie dag aan.

Ondanks deze moeilijkheden lijkt de mobilisatie van het motordienst-personeel toch redelijk te zijn verlopen. Half september was de bemanning van de motorvoertuigen redelijk op orde.



Bronnen o.a.:
- Martin Wallast, Militaire transportvoertuigen in Nederland ISBN9061207045
- concept manuscript C.R. Dekker, Verzorging van de Koninklijke Landmacht in 1939 en 1940; Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Den Haag, Verzorging KL 1939-1940, Toegang 404
- concept manuscript Geschiedenis van het Autoregiment, F.E. De Nijs Bik