46 Regimenten, 22 Grensbataljons


Organisatie


De infanterie vormde het leeuwendeel van het Nederlandse Leger in 1939-1940 en had verreweg de meeste militairen binnen haar gelderen. Het regiment vormde binnen de infanterie de grootste eenheid. Tot de mobilisatie bestonden de regimenten slechts op papier. In de praktijk had elke regiment een opleidingstaak voor de dienstplichtigen die bij een eventuele mobilisatie bij het regiment zouden worden ingedeeld. In afwachting van die mobilisatie werden in 1938 de grensbataljons opgericht, een soort regiment in het klein, die langs de grenzen moesten waken. De organisatie bij de infanterie was strikt hiërarchisch, van klein naar groot verdeeld in:

- Groep (10-11 man),
- Sectie (30-34 man=3 groepen),
- Compagnie (plusminus 160 man=4 sectiën+staf),
- Bataljon (plusminus 750 man=3 compagniën+MC+staf),
- Regiment (plusminus 2.500 man=3 bataljons+PAG+Mtr+6-veld+staf),
- Divisie (plusminus 10.000 man = 3 regimenten+staf+ondersteuning) en
- Legerkorps (plusminus 25.000 man = 2 divisies+staf+ondersteuning).

De aantallen zijn gebaseerd op de voorschriften en de organieke sterkte; zoals het zou moeten zijn. In werkelijkheid werd bij veel onderdelen de organieke sterkte niet gehaald, het Nederlandse Leger was in 1939-1940 in opbouw. Er was een tekort aan materieel en manschappen. Vele eenheden waren zeer dun bezet of flink ingekrimpt. Er waren budgetaire maatregelen genomen om aan meer wapens te komen. Dienstplichtigen waren eerder opgeroepen en de diensttijd was verdubbeld.

Bij elke eenheid was de gevechtseenheid de basis, echter deze werden ondersteund door vuurondersteuningseenheden en andere ondersteuningseenheden. Bij bataljons en regimenten bijvoorbeeld waren o.a. een verbindingsafdeling en treinen toegevoegd (bij de staf). De treinen vormen de bevoorradingstroepen; de gevechts-, de keuken-, levensmiddelen- en goederentrein hadden elk een eigen functie in de ondersteuning van de infanteristen. Voorts was er een ondersteuningsysteem voor de afvoer van gewonden.

Het kader dat het grote aantal infanteristen moest leiden in de strijd bestond grotendeels uit reserve-officieren en capitulanten. In de strijd bleek dat het gebrek aan militaire ervaring en strijdvaardigheid van het kader met name een grote rol heeft gespeeld.

Bewapening


Het persoonlijk wapen van de infanterist was het geweer of karabijn M95, bij sommige functies was dat het pistool M25.

Bewapening extra (zie linkerkolom)


Het was de bedoeling dat elke groep (10-11 man) een lichte mitrailleur M20 had. Bij elk bataljon was een Mitrailleur Compagnie ingedeeld met Schwartzlose of Vickers mitrailleurs. Elk regiment had de beschikking over een 6 veld batterij, een compagnie 8 cm mortieren en een compagnie 4,7 cm pantserafweergeschut.

Overzicht Regimenten


Regiment

Garnizoenstad

Depot

1940 onder commando:

Locatie

Reserve Regiment

Grenadiers

Den Haag

Dep.Bat. Grenadiers

1e Legerkorps

West-Nederland

23 RI

Jagers

Den Haag

Dep.Bat. Jagers

1e Legerkorps

West-Nederland

24 RI

1 RI

Assen

1 Dep.Bat.

1e Legerkorps

West-Nederland

25 RI

2 RI

Venlo

2 Dep.Bat.

5e Divisie

Noord-Brabant

26 RI

3 RI

Bergen op Zoom

3 Dep.Bat.

6e Divisie

Noord-Brabant

27 RI

4 RI

Leiden

4 Dep.Bat.

1e Divisie

West-Nederland

28 RI

5 RI

Amersfoort

5 Dep.Bat.

8e Divisie

Grebbelinie Noord

29 RI

6 RI

Breda

6 Dep.Bat.

6e Divisie

Noord-Brabant

30 RI

7 RI

Harderwijk

7 Dep.Bat.

7e Divisie

Grebbelinie Noord

31 RI

8 RI

Arnhem

8 Dep.Bat.

4e Divisie

Grebbelinie Zuid

32 RI

9 RI

Assen

9 Dep.Bat.

3e Divisie

West-Nederland

33 RI

10 RI

Ede

10 Dep.Bat.

2e Divisie

Grebbelinie Zuid

34 RI

11 RI

Nijmegen

11 Dep.Bat.

4e Divisie
reserve II LK

Grebbelinie Zuid

35 RI

12 RI

Groningen

12 Dep.Bat.

3e Divisie

West-Nederland

36 RI

13 RI

Maastricht

13 Dep.Bat.

5e Divisie

Noord-Brabant

37 RI

14 RI

Bergen op Zoom

14 Dep.Bat.

6e Divisie

Noord-Brabant

38 RI

15 RI

Grave

15 Dep.Bat.

2e Divisie

Grebbelinie Zuid

39 RI

16 RI

Laren

16 Dep.Bat.

8e Divisie

Grebbelinie Noord

40 RI

17 RI

Roermond

17 Dep.Bat.

5e Divisie

Noord-Brabant

41 RI

18 RI

Ermelo

18 Dep.Bat.

7e Divisie

Grebbelinie Noord

42 RI

19 RI

Arnhem

19 Dep.Bat.

4e Divisie

Grebbelinie Zuid

43 RI

20 RI

Harderwijk

20 Dep.Bat.

7e Divisie
reserve IVe LK

Soesterberg e.o.

44 RI

21 RI

Amersfoort

21 Dep.Bat.

8e Divisie

Grebbelinie Noord

45 RI

22 RI

Ede

22 Dep.Bat.

2e Divisie

Grebbelinie Zuid

46 RI

Regiment

Garnizoenstad

Depot

1940 onder commando:

Locatie

Reserve Regiment



Geschiedenis


Na de oorlog van 1870 werd de bekende stormaanval van de infanterie, de klassieke strijdwijze, vanwege de verbetering van de vuurkracht van de opponenten aangepast. Drie fasen waren te onderscheiden; eerst het naderen van de vijand tot binnen vuurbereik, daarna het vuurgevecht zodat de vuurkracht van de tegenstander zodanig werd verzwakt dat de derde fase de daadwerkelijke stormaanval kon beginnen.

De verder versterkte vuurkracht door de ontwikkeling van de lichte en zware mitrailleurs werd de tweede fase steeds belangrijker en werd het ingraven in stellingen steeds belangrijker. De eerste wereldoorlog bewees dat de stormaanvallen, tot dan het belangrijkste onderdeel van de kracht van de infanterie, door de ontwikkeling van de vuurkracht van de opponenten niet meer werkte. (zie begrippen en verklaringen, strategie)

Ten onrechte, bleek achteraf, hield het Nederlandse leger vast aan de Franse doctrine, hetgeen betekende dat de taak van de infanterist was gelegen in de verdediging van de stellingen. In de meidagen 1940 bleek dat de infanterist in de stellingen met al haar ter beschikking staande vuurkracht niet opgewassen was tegen de concentratie van aanvalskracht van de vijandelijke infanterie.

Het ethomologisch karakter van het woord infanterie is in de aard aandoenlijk. Het meest gewone voetvolk dat de zwaarste taak had in het oorspronkelijke gevecht werd vernoemd naar zijn meestal bijzondere jeugdige leeftijd. Het woord 'infant' verwijst heel duidelijk naar 'kind', en in de oudheid was het inderdaad bepaald niet ongewoon met 'kindsoldaten' in eerste lijn te vechten. Desondanks was het gros der infanteristen ouder dan wat men een kind placht te noemen, maar het begrip verwijst onweerlegbaar naar de gemiddeld lage leeftijd van het gewone krijgsvolk.

In Nederland werd het lange tijd de 'infanterije' genoemd, wat later naar het Franse 'infanterie' werd omgedoopt. Het feit dat naar de jonge leeftijd werd verwezen is een duidelijke verwijzing naar het feit dat het fitste volk - in de regel het jongste weerbare deel - de meest voorname vechtlinies vormde.

Beknopte uitleg van termen en begrippen bij de organisatie van de Landmacht 1939-1940 vindt u op grebbeberg.nl.