schema_infanterie_grensbataljon
Bataljonstaf Compagnie Compagnie Staf Compagnie Staf Compagnie Sectie Groep Sectie pantserafweergeschut Sectie mortieren van 8
(Korte uitleg bij het schema: Dit plaatje is gebaseerd op een verticale schemavorm, hiërarchie van boven naar beneden met de baas in de top (midden). De zwarte lijnen zijn vertakkingen in de hiërarchie naar onderen, c.q. naar buiten en geven de onderliggende gezagsverhouding aan. De drie eenheden aan de rechterkant geven de vuur ondersteunende eenheden aan, de sectie zware mitrailleurs, de sectie pantserafweergeschut en de sectie mortieren.)

Grensbataljon infanterie oorlogsorganisatie


Organisatie infanterie grensbataljon (algemeen)

- Groep (10-11 man),
- Sectie (30-34 man=3 groepen),
- Compagnie (plusminus 160 man=4 sectiën+staf),
- Grensbataljon (plusminus 450-500 man=2 compagniën+MC+PAG+Mtr+staf),



Inleiding

De basis voor het Grensbataljon lag in het reguliere infanteriebataljon in regimentsverband. De vuurondersteunende eenheden die normaal het gehele regiment ondersteunen, waren bij het Grensbataljon in een kleinere vorm verbonden. Organiek, dus vanuit de gewenste organisatie, zouden alle 22 grensbataljons ( 1 G.B., 2 G.B., 3 G.B., 4 G.B., 5 G.B., 6 G.B., 8 G.B., 9 G.B., 10 G.B., 11 G.B. 12 G.B., 13 G.B., 14 G.B., 15 G.B., 16 G.B., 17 G.B., 19 G.B., 21 G.B., 22 G.B., 37 G.B., G.B.Gr. en G.B.J.) zoals hierboven moeten zijn georganiseerd, met uitzondering wellicht van de sectie mortieren die slechts bij de laagst genummerde grensbataljons aanwezig was. De organieke sterkte was een zuiver theoretische excertitie en daarom is bewust afgezien om alle uitzonderingen te beschrijven, de organieke sterkte bedroeg tussen 450-500 man.

In de praktijk week men namelijk vaak in hoge mate af van deze standaard. Enerzijds door gebrek aan personeel c.q. materieel, anderszijds omdat de omstandigheden in de praktijk een andere oplossing noodzakelijk maakten. Aan het hoofd van een Grensbataljon stond doorgaans een beroepsofficier, bij voorkeur een majoor.

Bataljonstaf (plusminus 39 man)

De bataljonstaf (39 man) bestond uit een commandogroep, een verbindingsafdeling, een geneeskundige groep, een administratieve groep, een keukentrein en een detachement motorvoertuigen.


Compagnie (plusminus 160 man)

Twee compagniën (elk plusminus 160 man) van elk vier sectiën (30-34 man) en een compagniestaf vormden de basis van het grensbataljon.

Compagniestaf

Beide compagniestaven hadden dezelfde organieke samenstelling. Een commandogroep, een verbindingsgroep, een geneeskundige groep, een administratieve groep, een gevechtstrein en een keukentrein.

Sectie (30-34 man)

Beide compagniën hadden elke vier sectiën, elke sectie bestond uit drie groepen en een commandant.

Groep (10-11 man)

Organiek kende het grensbataljon 24 lichte mitrailleurgroepen. De lichte mitrailleurgroep kan gezien worden als de bouwsteen waaruit de verdedigingskracht van het grensbataljon werd opgebouwd. Drie bouwstenen vormden een sectie, 12 bouwstenen een compagnie, 24 bouwstenen het bataljon. Voor het idee kon een grensbataljon dus in theorie een verdedigingsmuur opzetten van 24 lichte mitrailleurs. In de praktijk maakten de grensbataljons zelden een aaneengesloten front, maar werden ze opgedeeld en over een groot gebied verspreid.

De lichte mitrailleurgroep was de standaard gevechtsgroep bij de grensbataljons. De indeling, functie en personele invulling van de lichte mitraillleurgroep vindt u hier:


Sectiën zware mitrailleurs (plusminus 60 man)

Aan het grensbataljon zouden twee sectiën van elk drie zware mitrailleurs (totaal zes) als vuurondersteuning voor de tirailleur compagniën worden toegevoegd. De sectiecommandant was doorgaans een luitenant 2e klasse, soms een vaandrig soms een adjudant onderofficier of een sergeant majoor. Bij elke sectie waren twee afstandmeters toegevoegd, de ene was meestal een sergeant, soms een korporaal. De ander was meestal een soldaat, soms een korporaal. Elke zware mitrailleurgroep of stuk betond uit 9 man, een zware mitrailleur op een houten kar en een patroonkar.


Sectie pantserafweergeschut (plusminus 16 man)

Aan het grensbataljon zou een sectie met twee stukken pantserafweergeschut als vuurondersteuning voor de tirailleur compagniën worden toegevoegd. De sectiecommandant was doorgaans een luitenant 2e klasse, soms een vaandrig soms een adjudant onderofficier of een sergeant majoor. Hij liet zich vervoeren in een personenwagen, soms een motor met zijspan.
Elke pantserafweergroep of stuk PAG betond uit zeven man, een een Böhler 4.7 cm Pag. die werd vervoerd achter een Ford en Chevrolet trekker met DAF opbouw. De munitie voor de PAG vervoerde men in de achterbak van de trekker.


Sectie mortieren van 8 (plusminus 22 man)

Een sectie mortieren van 8 was alleen bij de laagst genummerde grensbataljons aanwezig en dus niet standaard. Deze sectie bestond uit drie stukken, dus drie mortiergroepen. De sectiecommandant was doorgaans een luitenant 2e klasse, soms een vaandrig soms een adjudant onderofficier of een sergeant majoor.